
 |
Olympische
Spelen 1912 in Stockholm
De Olympische Spelen van Stockholm waren de eerste
die helemaal de verwachtingen van baron de Coubertin inlosten en die ook helemaal in de geest van het Olympisme zijn
verlopen. De Zweden waren zeer vereerd met de toewijzing van
de Olympiade en zorgden voor een goede organisatie. Ook was het
de eerste keer dat de deelnemers, 2490 waaronder 57 vrouwen,
onder gebracht werden in comforta- bele gebouwen. Toch viel er
een incident te betreuren, maar dit was volledig buiten de wil
van de orga- nisatie om. Bij haar aankomst in de haven van
Stockholm bleef de Amerikaanse ploeg aan boord van het schip
waarmee ze de overtocht hadden gemaakt. Het vaartuig was
voor de Amerikanen gelijktijdig hun hotel en
oefenterrein.
De Amerikanen voelden zich zo sterk dat ze
voor de finale van de 100 meter hun beste atleet, de zwar- te
Howard Drew, terugtrokken en op die manier de zege aan hun
landgenoot Ralph Craig schonken. Het gerucht dat Drew teruggetrokken was om de kans te geven aan een blanke atleet
om zijn naam op de erelijst te plaatsen, verspreidde zich
vlug.
De grote vedette van de Amerikaanse ploeg
was James
"Jim" Thorpe, een roodhuid langs
moeders zij- de. Zijn echte naam was Wa-Tho-Huck, wat
"lichtend pad" betekent. Hij zegevierde in Stockholm
zo- wel in de vijfals de tienkamp. De prestaties die Thorpe
liet noteren waren voor die tijd gewoon schitte- rend: 100 meter
in 11.2, 6.79 meter in het verspringen, 12.89 meter bij het
kogelstoten, 1.87 meter in het hoogspringen, 400 meter in
52.2, 110 meter horden in 15.6, 36.98 meter met de discus,
3.35 meter in het polsstokhoogspringen, 45.70 meter met de speer
en de 1500 meter in 4.40". Op deze Olympi- sche Spelen maakte men ook
kennis met de eerste van een hele rij grote Finse
afstandslopers: Hannes Kolehmainen won zowel de 5.000 meter na
een spannend duel met de Fransman Jean Bouin als de 10.000
meter en de crosscountry.
Het zwemmen kende ook voor het eerst een
groot succes. Dit was vooral te danken aan de Amerikaan Duke
Paoa Kahanamoku, de beste zwemmer van zijn tijd. Zijn grote
longinhoud liet hem toe langer dan andere zwemmers onder water
te blijven wat een groot voordeel was. Hij vestigde op de 100
meter vrije slag een nieuw wereldrecord 1.03.4. Toch had het
maar weinig gescheeld of hij behaalde de gou- den medaille op
de 100 meter niet. Door de schuld van hun afgevaardigde hadden
de Amerikaanse zwemmers zich niet aangeboden voor de halve
finales. Het was echter de Australiër Cecil Healy, de
grootste tegenstander van Kahanamoku, die kwam pleiten bij de
juryleden om de Amerikaan toch te laten deelnemen aan de
finale. Het resultaat was dat de drie Amerikanen samen met een
Italiaan een derde halve finale zwommen. In die finale werd
Healy door Kahanamoku verslagen. Dit staat nu nog steeds
bekend als een van de sportiefste gebaren van de geschiedenis
van de Olympische Spelen.
Deze Olympische Spelen werden omschreven als
de beste Spelen tot dan toe gehouden. Maar boven Europa begonnen zich donkere wolken samen te trekken en zouden dit de
laatste Spelen zijn voor de Eerste Wereldoorlog. |
 |
Olympische
Spelen 1916 in Berlijn
De Olympische Spelen zouden worden
gehouden in Berlijn maar werden geschrapt door het uitbreken
van de Eerste Wereldoorlog.
|



Afleggen van de
Olympische Eed

Voor het eerst de
Olympische Vlag |
Olympische
Spelen 1920 in Antwerpen
Tijdens haar congres in Lausanne had het I.O.C.
België gekozen voor het organiseren van de eerste na-oorlogse
Olympische Spelen in 1920. Men wilde de algemeen geprezen moed
van België onderstre- pen. De keuze viel op Antwerpen als
gaststad voor de Spelen van de 7-de Olympiade. België dat
door de oorlog totaal aan de grond zat, zag op tegen de enorme
kosten die de organisatie met zich mee bracht. Uiteindelijk
waren het de Antwerpse diamanthandelaars die bereid gevonden
werden om de nodige fondsen te verzamelen, maar uit vrees
voor een laat tijdige terugbetaling eisten zij van de
organisatoren hoge toegangsprijzen. Het gevolg was dat het
publiek het liet afweten en de stadions leeg bleven.
Ook de gevolgen van de oorlog bleven niet
uit. Het I.O.C. was van oordeel dat Duitsland en Oostenrijk
niet aan deze Olympische Spelen mochten deelnemen. Toch overtrof het aantal
deelnemers dat van Stockholm: 2.543, onder wie 64 vrouwen, uit
29 verschillende landen. Er stonden 22 sporttakken op het
programma. Op deze Olympiade werd voor het eerst de Olympische
eed afgelegd en werd de
O- lympische vlag voor
het eerst gebruikt.
Op de Olympische Spelen van Antwerpen 1920 werd een van
de grootste atleten ontdekt met name de Fin Paavo Nurmi. De
23-jarige atleet kwam als totaal onbekende naar Antwerpen.
Zijn eerste wedstrijd werd hij wel verslagen door de Fransman
Joseph Guillemot en dit op de 5.000 meter maar nam nadien weer
wraak door zowel de 10.000 meter als de cross-country te
winnen, twee disciplines waarin hij nog jaren zou domineren.
Paavo Nurmi was een uitzonderlijk atleet. Als kind verloor hij
op 12-jarige leeftijd zijn vader en voor atletiek offerde
hij alles op. Nurmi was ook de eerste atleet die zijn wedstrij-
den wetenschappelijk voorbereidde. Hij stelde
schema's op die hij heel strikt volgde, wat hem soms wel eens
een nederlaag opleverde.
De Finnen domineerden het hele atletiek
gebeuren, zo won Kohlemainen, die aan zijn laatste wedstrijd
deelnam, de marathon, Porhola won het kogelstoten, Niklander
won het discuswerpen, Myraee het speerwerpen, Lethonen de vijfkamp en Tuulos het hinkstapspringen. Van de 60 man sterke
Finse ploeg wonnen maar liefst vijftien atleten in verschillende disciplines een gouden medaille, daarbij kwamen
dan nog talrijke tweede en derde plaatsen.
Het Belgische publiek kon zich wel opwarmen
aan de Belgische voetbalploeg, die na een incidentrijke finale
tegen Tsjechoslowakije, het voetbaltornooi won. De
Tsjechoslowaakse ploeg was het niet eens met de uitsluiting
van een speler en gans de ploeg verliet bij een 2-0
achterstand het veld.
Twee wintersporten stonden ook op het
programma, ijshockey en kunstschaatsen, met een deelname van
73 heren en 12 dames uit 10 landen. Op het kunstschaatsen
zagen de toeschouwers voor het eerst een vrouw en haar echtgenoot tegelijk Olympisch goud winnen. Het waren de Finse
paarrijders Ludowika en Walter Jakobsson. En waarschijnlijk
waren dit ook de Olympiade waaruit het eerste O- lympische huwelijk
voortkwam; kort na hun terugkeer in de Verenigde Staten werden
de schoonspring- ster Alice Lord en de Olympische kampioen
hoogspringen Dick Landon in de echt verbonden.
Olympische Eed
De Olympische eed, waarvan
het principe al was aanvaard op het congres van Athene 1906,
werd de eerste keer uitgesproken in Antwerpen in 1920. de
Belgische schermer, de latere voorzitter van het Belgisch
Olympisch Comité, Victor Boin, genoot de eer dat te mogen
doen. Met de Belgische driekleur in de linkerhand en de
rechterhand gestrekt sprak Victor Boin in naam van alle
deelnemers volgende zin uit: "Namens alle deelnemers
zweer ik dat wij de voorgeschreven regels zullen eerbiedigen
en naleven in de ware geest van sportiviteit voor de bloei van
de sport en de eer van onze landen". Deze eed werd in
1961 lichtjes gewijzigd. Het werkwoord "zweren" werd
vervangen door "beloven" en de uitdrukking
"voor de eer van onze landen" door "de eer van
onze ploegen". Sedert 1972 leggen ook de juryleden en de
scheidsrechters een eed af.
Olympische Vlag
De
Olympische vlag, die door het Congres van Parijs in
1914 was aangenomen, werd voor het eerst gebruikt
tijdens de Olympische Spelen van Antwerpen 1920. Pierre de
Coubertin heeft ze zelf ontwor- pen vertrekkende van
een antiek Grieks symbool. Men had namelijk op
marmeren tegels in Olympia uit de periode van 500 jaar
voor onze tijdrekening doorheen gevlochten ringen
teruggevonden.
Tijdens de openingsplechtigheid geeft een
vertegenwoordiger van de stad die de voorgaande Spelen
mocht organiseren de officiële Olympische Vlag, die
een geschenk is van het Belgische volk, door aan de
burgemeester van de gaststad. De vlag blijft tot de
volgende Olympische Spelen in het stadhuis
tentoongesteld. |
|

 |
Olympische
Spelen 1924 in Parijs
Het was voor de tweede keer dat Parijs in
1924 de Olympische Spelen mocht organiseren. Er waren hiervoor
twee redenen. Ten eerste wilde men in herinnering
brengen dat dertig jaar eerder de herle- ving van de antieke
Spelen tot stand was gekomen tijdens een zitting in de
Sorbonne en ten tweede wou men hulde brengen aan Pierre de
Coubertin die had aangekondigd af te zien van het voorzitter-
schap van het I.O.C. Maar net zo als de eerste keer
ontbraken nu ook weer de nodige fondsen.
Ook al bleef de Franse overheid fel in
gebreke, toch oogsten de Spelen van Parijs een merkwaardig
sportief succes. Het aantal deelnemers was nog gestegen. Uit
45 landen kwamen 3092 deelnemers naar Parijs afgezakt en voor
de eerste maal noteerde men een omvangrijke Afrikaanse en
Aziatische aanwezigheid. Duitsland daarentegen blijf ook voor
deze Spelen uitgesloten.
Op sportief vlak was de atletiek een van de
hoogtepunten en niet in het minst door de buitengewone Finse
atleten. Alle loopnummers van de 1500 meter tot en met de
marathon, alsook het speerwerpen en de vijfkamp werden gewonnen door Finse atleten, en dit ondanks een ploeg van 110
atleten die de Amerikanen hadden afgevaardigd. Tegen alle
verwachtingen in nam Paavo Nurmi niet deel aan 10.000 meter,
een verklaring hiervoor heeft hij nooit gegeven maar velen
geloofden dat hij bevreesd was voor zijn landgenoot Ville
Ritola. Deze laatste, een naar de Verenigde Staten uitgeweken
Fin, won de 10.000 meter in een nieuwe wereldrecordtijd van
30.23.2 minuten. Deze prestatie kreeg nog een extra waar- de
omdat ze werd geleverd in ongunstige weersomstandigheden en
omdat een official vergeten was de bel te luiden bij het
ingaan van de laatste ronde. Nurmi zelf zorgde voor een uniek
nummer in de geschiedenis door zowel de 1.500 meter als de
5.000 meter te winnen in een tijdsspanne van 2 uur. Hij hielp
ook zijn land nog aan de zege in de 3.000 meter per ploeg en
hij won ook nog de crosscountry. Dit nummer zou later van het
Olympische programma worden afgevoerd. Tegenover de negen
Finse over- winningen stonden er twaalf van de nummeriek veel
sterkere Amerikanen, maar deze werden op het voor hen uitverkoren nummer gedwarsboomd door een Engelsman met name
Harold Abrahams die de 100 meter won.
Samen met Paavo Nurmi was er nog een grote
held op de Spelen van Parijs 1924. In het zwemmen werden de
twee belangrijkste nummers, de 100 meter en de 400 meter vrije
slag, gewonnen door Johnny Weissmuller. Hij was in zijn
jeugdjaren getroffen door kinderverlamming en zijn beide benen
waren nagenoeg geheel verlamd. Zijn artsen hadden hem
zwemmen aangeraden als revalidatie. Zijn stijl was heel
bijzonder en werd door heel wat specialisten ontleed. Hij
gleed als het ware door het water. Weissmuller was ook de
eerste zwemmer die de 100 meter zwom in minder dan één
minuut. Na zijn zwemcarrière werd Weissmuller heel beroemd
door zijn films waarin hij de rol vertolkte van Tar- zan.
De oudste gouden medaillewinnaar van deze
Spelen was Allen Whitty, lid van de Britse scherpschut- ters
ploeg voor het schieten lopend hert. Whitty, een majoor van
het regiment Worcestershire Infan- terie die in het oorlogsjaar
1916 de Distinguished Service Order had verworven wegens
betoonde militaire moed, was toen 58 jaar en 82 dagen en
daarmee de oudste Britse winnaar van goud in de Olympische
geschiedenis. De jongste overwinnaar in Parijs was de
bokskampioen in het vedergewicht Jackie Fields uit de
Verenigde Staten met zijn 16 jaar en 162 dagen. De jongste
vrouw die goud won was de kampioene op de 400 m vrije slag,
Martha Norelius uit de Verenigde Staten zij was 16 jaar en 177
dagen oud. |


Het Olympisch Vuur
werd voor het eerst
ontstoken en brandde
gedurende de Spelen
in Amsterdam 1928.

|
Olympische
Spelen 1928 in Amsterdam
Na lang aandringen was het eindelijk de
beurt aan Nederland om de Olympische Spelen te organiseren. Dankzij een
openbare inschrijving kon men in het zuiden van Amsterdam een
stadion met ingebouwde wielerbaan voor 40.000 toeschouwers bouwen. In de onmiddellijke buurt werden het
zwembad en an- dere Olympische installaties opgetrokken. Voor
logies voor de atleten had men geen plannen gemaakt en zo
moest men zich behelpen met de middelen die men ter
beschikking had. De Amerikanen en de Italianen bleven logeren
aan boord van de schepen die hen naar Amsterdam hadden
gebracht. Voor het eerst sedert de oorlog was ook Duitsland
weer van de partij. In totaal namen 3.014 atleten, onder wie
290 vrouwen, uit 46 landen deel aan de Spelen.
Paavo Nurmi was ook weer van de partij, maar
dit keer veel minder dominant dan op de voorbije Olym- pische
Spelen. Van
de drie nummers waaraan hij deelnam won hij slechts nog één
nummer en dat was de 10.000 meter op de openingsdag. In deze
rechtstreekse finale versloeg hij zijn grote rivaal Ville Ri-
to
la. In de 5.000 meter was de uitslag net andersom, eerste
Ritola tweede Nurmi. Nu nog blijft de vraag of Nurmi zijn
kansen wel voluit heeft verdedigd. Hij leidde bijna de hele
wedstrijd maar bleef totaal zonder reactie toen Ritola ten
aanval trok. Men zei toen dat Nurmi opdracht had gekregen
Ritola te laten winnen. Ook in de 3.000 meter steeplechase
werd hij verslagen door zijn landgenoot Toivo Loukola een
echte specialist in het nemen van de hindernissen. Toch zal
Nurmi altijd één van de groot- ste atleten van moderne
Olympische Spelen blijven met 9 gouden- en drie zilveren
medailles.
De Amerikaanse spurters waren nu nog minder
in hun schik dan vier jaar eerder. Ze verloren zowel de
100- als de 200 meter tegen de jonge Canadese student Percy
Williams. Voor de eerste keer in de ge- schiedenis won een
Afrikaan een gouden medaille. Het was de Marokaan El Ouafi die
uitkwam voor Frankrijk. Ook de Japanners stonden in de belangstelling, Mikio Oda won de eerste titel voor Japan in
het hink-stap-springen en Yoshiyuki Tsuruta zorgde in de 200
meter schoolslag voor de tweede gou- den medaille. De Olympische
Spelen waren nu mondiaal geworden, Argentinië was het
toonaangeven- de land bij het boksen, Uruguay won de titel in
het voetbal en India in het veldhockey.
Een van de opmerkelijkste prestaties op de
Amsterdamse Spelen werd geleverd door een ruiter uit
Tsjechoslowakijë, Frantisek Ventura won met zijn paard Elliot
het spring tornooi en dit zonder één strafpunt en het zou
nog tot de Olympische Spelen van 1976 duren eer deze prestatie nog zou
worden overgedaan.
De oudste gouden medaillewinnaar van deze
Olympische Spelen was Johann Anker, die evenals kroon- prins Olaf bemanningslid was op het Noorse 6 meter jacht. Anker was toen 57
jaren 44 dagen oud, wat een heel contrast was met de jongste
winnaar de stuurman van de Zwitserse twee, Hans Bourquin die
pas 14 jaar was. Bij de dames won de jongste, Elizabeth
Robinson uit de Verenigde Staten, de 100 me- ter en de oudste
winnares kwam uit Frankrijk, Virginie Hériot was 38 jaar en
won bij het zeilen in de 8 meter klasse. |
|