SportNieuws |Olympische Spelen 1896 - 1908|Olympische Spelen 1932 - 1948|Olympische Spelen 1952 - 1968|
|Olympische Spelen 1972 - 1988|Olympische Spelen 1992 - 2008|Olympische Spelen 2012 - 2028




Olympische Spelen 1912 in Stockholm

De Olympische Spelen van Stockholm waren de eerste die helemaal de verwachtingen van baron de Coubertin inlosten en die ook helemaal in de geest van het Olympisme zijn verlopen. De Zweden waren zeer vereerd met de toewijzing van de Olympiade en zorgden voor een goede organisatie. Ook was het de eerste keer dat de deelnemers, 2490 waaronder 57 vrouwen, onder gebracht werden in comforta- bele gebouwen. Toch viel er een incident te betreuren, maar dit was volledig buiten de wil van de orga- nisatie om. Bij haar aankomst in de haven van Stockholm bleef de Amerikaanse ploeg aan boord van het schip waarmee ze de overtocht hadden gemaakt. Het vaartuig was voor de Amerikanen gelijktijdig hun hotel en oefenterrein.

De Amerikanen voelden zich zo sterk dat ze voor de finale van de 100 meter hun beste atleet, de zwar- te Howard Drew, terugtrokken en op die manier de zege aan hun landgenoot Ralph Craig schonken. Het gerucht dat Drew teruggetrokken was om de kans te geven aan een blanke atleet om zijn naam op de erelijst te plaatsen, verspreidde zich vlug.

De grote vedette van de Amerikaanse ploeg was James "Jim" Thorpe, een roodhuid langs moeders zij- de. Zijn echte naam was Wa-Tho-Huck, wat "lichtend pad" betekent. Hij zegevierde in Stockholm zo- wel in de vijfals de tienkamp. De prestaties die Thorpe liet noteren waren voor die tijd gewoon schitte- rend: 100 meter in 11.2, 6.79 meter in het verspringen, 12.89 meter bij het kogelstoten, 1.87 meter in het hoogspringen, 400 meter in 52.2, 110 meter horden in 15.6, 36.98 meter met de discus, 3.35 meter in het polsstokhoogspringen, 45.70 meter met de speer en de 1500 meter in 4.40". Op deze Olympi- sche Spelen maakte men ook kennis met de eerste van een hele rij grote Finse afstandslopers: Hannes Kolehmainen won zowel de 5.000 meter na een spannend duel met de Fransman Jean Bouin als de 10.000 meter en de crosscountry.

Het zwemmen kende ook voor het eerst een groot succes. Dit was vooral te danken aan de Amerikaan Duke Paoa Kahanamoku, de beste zwemmer van zijn tijd. Zijn grote longinhoud liet hem toe langer dan andere zwemmers onder water te blijven wat een groot voordeel was. Hij vestigde op de 100 meter vrije slag een nieuw wereldrecord 1.03.4. Toch had het maar weinig gescheeld of hij behaalde de gou- den medaille op de 100 meter niet. Door de schuld van hun afgevaardigde hadden de Amerikaanse zwemmers zich niet aangeboden voor de halve finales. Het was echter de Australiër Cecil Healy, de grootste tegenstander van Kahanamoku, die kwam pleiten bij de juryleden om de Amerikaan toch te laten deelnemen aan de finale. Het resultaat was dat de drie Amerikanen samen met een Italiaan een derde halve finale zwommen. In die finale werd Healy door Kahanamoku verslagen. Dit staat nu nog steeds bekend als een van de sportiefste gebaren van de geschiedenis van de Olympische Spelen.

Deze Olympische Spelen werden omschreven als de beste Spelen tot dan toe gehouden. Maar boven Europa begonnen zich donkere wolken samen te trekken en zouden dit de laatste Spelen zijn voor de Eerste Wereldoorlog. 


Olympische Spelen 1916 in Berlijn

De Olympische Spelen zouden worden gehouden in Berlijn maar werden geschrapt door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.








Afleggen van de
Olympische Eed



Voor het eerst de
Olympische Vlag
Olympische Spelen 1920 in Antwerpen

Tijdens haar congres in Lausanne had het I.O.C. België gekozen voor het organiseren van de eerste na-oorlogse Olympische Spelen in 1920. Men wilde de algemeen geprezen moed van België onderstre- pen. De keuze viel op Antwerpen als gaststad voor de Spelen van de 7-de Olympiade. België dat door de oorlog totaal aan de grond zat, zag op tegen de enorme kosten die de organisatie met zich mee bracht. Uiteindelijk waren het de Antwerpse diamanthandelaars die bereid gevonden werden om de nodige fondsen te verzamelen, maar uit vrees voor een laat tijdige terugbetaling eisten zij van de organisatoren hoge toegangsprijzen. Het gevolg was dat het publiek het liet afweten en de stadions leeg bleven.

Ook de gevolgen van de oorlog bleven niet uit. Het I.O.C. was van oordeel dat Duitsland en Oostenrijk niet aan deze Olympische  Spelen mochten deelnemen. Toch overtrof het aantal deelnemers dat van Stockholm: 2.543, onder wie 64 vrouwen, uit 29 verschillende landen. Er stonden 22 sporttakken op het programma. Op deze Olympiade werd voor het eerst de Olympische eed afgelegd en werd de O- lympische vlag voor het eerst gebruikt.

Op de Olympische Spelen van Antwerpen 1920 werd een van de grootste atleten ontdekt met name de Fin Paavo Nurmi. De 23-jarige atleet kwam als totaal onbekende naar Antwerpen. Zijn eerste wedstrijd werd hij wel verslagen door de Fransman Joseph Guillemot en dit op de 5.000 meter maar nam nadien weer wraak door zowel de 10.000 meter als de cross-country te winnen, twee disciplines waarin hij nog jaren zou domineren. Paavo Nurmi was een uitzonderlijk atleet. Als kind verloor hij op 12-jarige leeftijd zijn vader en voor atletiek offerde hij alles op. Nurmi was ook de eerste atleet die zijn wedstrij- den wetenschappelijk voorbereidde. Hij stelde schema's op die hij heel strikt volgde, wat hem soms wel eens een nederlaag opleverde.

De Finnen domineerden het hele atletiek gebeuren, zo won Kohlemainen, die aan zijn laatste wedstrijd deelnam, de marathon, Porhola won het kogelstoten, Niklander won het discuswerpen, Myraee het speerwerpen, Lethonen de vijfkamp en Tuulos het hinkstapspringen. Van de 60 man sterke Finse ploeg wonnen maar liefst vijftien atleten in verschillende disciplines een gouden medaille, daarbij kwamen dan nog talrijke tweede en derde plaatsen.

Het Belgische publiek kon zich wel opwarmen aan de Belgische voetbalploeg, die na een incidentrijke finale tegen Tsjechoslowakije, het voetbaltornooi won. De Tsjechoslowaakse ploeg was het niet eens met de uitsluiting van een speler en gans de ploeg verliet bij een 2-0 achterstand het veld.

Twee wintersporten stonden ook op het programma, ijshockey en kunstschaatsen, met een deelname van 73 heren en 12 dames uit 10 landen. Op het kunstschaatsen zagen de toeschouwers voor het eerst een vrouw en haar echtgenoot tegelijk Olympisch goud winnen. Het waren de Finse paarrijders Ludowika en Walter Jakobsson. En waarschijnlijk waren dit ook de Olympiade waaruit het eerste O- lympische huwelijk voortkwam; kort na hun terugkeer in de Verenigde Staten werden de schoonspring- ster Alice Lord en de Olympische kampioen hoogspringen Dick Landon in de echt verbonden.

Olympische Eed

De Olympische eed, waarvan het principe al was aanvaard op het congres van Athene 1906, werd de eerste keer uitgesproken in Antwerpen in 1920. de Belgische schermer, de latere voorzitter van het Belgisch Olympisch Comité, Victor Boin, genoot de eer dat te mogen doen. Met de Belgische driekleur in de linkerhand en de rechterhand gestrekt sprak Victor Boin in naam van alle deelnemers volgende zin uit: "Namens alle deelnemers zweer ik dat wij de voorgeschreven regels zullen eerbiedigen en naleven in de ware geest van sportiviteit voor de bloei van de sport en de eer van onze landen". Deze eed werd in 1961 lichtjes gewijzigd. Het werkwoord "zweren" werd vervangen door "beloven" en de uitdrukking "voor de eer van onze landen" door "de eer van onze ploegen". Sedert 1972 leggen ook de juryleden en de scheidsrechters een eed af.

Olympische Vlag

De Olympische vlag, die door het Congres van Parijs in 1914 was aangenomen, werd voor het eerst gebruikt tijdens de Olympische Spelen van Antwerpen 1920. Pierre de Coubertin heeft ze zelf ontwor- pen vertrekkende van een antiek Grieks symbool. Men had namelijk op marmeren tegels in Olympia uit de periode van 500 jaar voor onze tijdrekening doorheen gevlochten ringen teruggevonden. 

Tijdens de openingsplechtigheid geeft een vertegenwoordiger van de stad die de voorgaande Spelen mocht organiseren de officiële Olympische Vlag, die een geschenk is van het Belgische volk, door aan de burgemeester van de gaststad. De vlag blijft tot de volgende Olympische Spelen in het stadhuis tentoongesteld.



Olympische Spelen 1924 in Parijs

Het was voor de tweede keer dat Parijs in 1924 de Olympische Spelen mocht organiseren. Er waren hiervoor twee redenen. Ten eerste wilde  men in herinnering brengen dat dertig jaar eerder de herle- ving van de antieke Spelen tot stand was gekomen tijdens een zitting in de Sorbonne en ten tweede wou men hulde brengen aan Pierre de Coubertin die had aangekondigd af te zien van het voorzitter- schap van het I.O.C. Maar net zo als de eerste keer ontbraken nu ook weer de nodige fondsen.

Ook al bleef de Franse overheid fel in gebreke, toch oogsten de Spelen van Parijs een merkwaardig sportief succes. Het aantal deelnemers was nog gestegen. Uit 45 landen kwamen 3092 deelnemers naar Parijs afgezakt en voor de eerste maal noteerde men een omvangrijke Afrikaanse en Aziatische aanwezigheid. Duitsland daarentegen blijf ook voor deze Spelen uitgesloten.

Op sportief vlak was de atletiek een van de hoogtepunten en niet in het minst door de buitengewone Finse atleten. Alle loopnummers van de 1500 meter tot en met de marathon, alsook het speerwerpen en de vijfkamp werden gewonnen door Finse atleten, en dit ondanks een ploeg van 110 atleten die de Amerikanen hadden afgevaardigd. Tegen alle verwachtingen in nam Paavo Nurmi niet deel aan 10.000 meter, een verklaring hiervoor heeft hij nooit gegeven maar velen geloofden dat hij bevreesd was voor zijn landgenoot Ville Ritola. Deze laatste, een naar de Verenigde Staten uitgeweken Fin, won de 10.000 meter in een nieuwe wereldrecordtijd van 30.23.2 minuten. Deze prestatie kreeg nog een extra waar- de omdat ze werd geleverd in ongunstige weersomstandigheden en omdat een official vergeten was de bel te luiden bij het ingaan van de laatste ronde. Nurmi zelf zorgde voor een uniek nummer in de geschiedenis door zowel de 1.500 meter als de 5.000 meter te winnen in een tijdsspanne van 2 uur. Hij hielp ook zijn land nog aan de zege in de 3.000 meter per ploeg en hij won ook nog de crosscountry. Dit nummer zou later van het Olympische programma worden afgevoerd. Tegenover de negen Finse over- winningen stonden er twaalf van de nummeriek veel sterkere Amerikanen, maar deze werden op het voor hen uitverkoren nummer gedwarsboomd door een Engelsman met name Harold Abrahams die de 100 meter won.

Samen met Paavo Nurmi was er nog een grote held op de Spelen van Parijs 1924. In het zwemmen werden de twee belangrijkste nummers, de 100 meter en de 400 meter vrije slag, gewonnen door Johnny Weissmuller. Hij was in zijn jeugdjaren getroffen door kinderverlamming en zijn beide benen waren nagenoeg geheel verlamd. Zijn artsen hadden hem zwemmen aangeraden als revalidatie. Zijn stijl was heel bijzonder en werd door heel wat specialisten ontleed. Hij gleed als het ware door het water. Weissmuller was ook de eerste zwemmer die de 100 meter zwom in minder dan één minuut. Na zijn zwemcarrière werd Weissmuller heel beroemd door zijn films waarin hij de rol vertolkte van Tar- zan.

De oudste gouden medaillewinnaar van deze Spelen was Allen Whitty, lid van de Britse scherpschut- ters ploeg voor het schieten lopend hert. Whitty, een majoor van het regiment Worcestershire Infan- terie die in het oorlogsjaar 1916 de Distinguished Service Order had verworven wegens betoonde militaire moed, was toen 58 jaar en 82 dagen en daarmee de oudste Britse winnaar van goud in de Olympische geschiedenis. De jongste overwinnaar in Parijs was de bokskampioen in het vedergewicht Jackie Fields uit de Verenigde Staten met zijn 16 jaar en 162 dagen. De jongste vrouw die goud won was de kampioene op de 400 m vrije slag, Martha Norelius uit de Verenigde Staten zij was 16 jaar en 177 dagen oud.







Het Olympisch Vuur
werd voor het eerst
ontstoken en brandde
gedurende de Spelen
 in Amsterdam 1928.


Olympische Spelen 1928 in Amsterdam

Na lang aandringen was het eindelijk de beurt aan Nederland om de Olympische Spelen te organiseren. Dankzij een openbare inschrijving kon men in het zuiden van Amsterdam een stadion met ingebouwde wielerbaan voor 40.000 toeschouwers bouwen. In de onmiddellijke buurt werden het zwembad en an- dere Olympische installaties opgetrokken. Voor logies voor de atleten had men geen plannen gemaakt en zo moest men zich behelpen met de middelen die men ter beschikking had. De Amerikanen en de Italianen bleven logeren aan boord van de schepen die hen naar Amsterdam hadden gebracht. Voor het eerst sedert de oorlog was ook Duitsland weer van de partij. In totaal namen 3.014 atleten, onder wie 290 vrouwen, uit 46 landen deel aan de Spelen.

Paavo Nurmi was ook weer van de partij, maar dit keer veel minder dominant dan op de voorbije Olym- pische Spelen. Van de drie nummers waaraan hij deelnam won hij slechts nog één nummer en dat was de 10.000 meter op de openingsdag. In deze rechtstreekse finale versloeg hij zijn grote rivaal Ville Ri- to la. In de 5.000 meter was de uitslag net andersom, eerste Ritola tweede Nurmi. Nu nog blijft de vraag of Nurmi zijn kansen wel voluit heeft verdedigd. Hij leidde bijna de hele wedstrijd maar bleef totaal zonder reactie toen Ritola ten aanval trok. Men zei toen dat Nurmi opdracht had gekregen Ritola te laten winnen. Ook in de 3.000 meter steeplechase werd hij verslagen door zijn landgenoot Toivo Loukola een echte specialist in het nemen van de hindernissen. Toch zal Nurmi altijd één van de groot- ste atleten van moderne Olympische Spelen blijven met 9 gouden- en drie zilveren medailles.

De Amerikaanse spurters waren nu nog minder in hun schik dan vier jaar eerder. Ze verloren  zowel de 100- als de 200 meter tegen de jonge Canadese student Percy Williams. Voor de eerste keer in de ge- schiedenis won een Afrikaan een gouden medaille. Het was de Marokaan El Ouafi die uitkwam voor Frankrijk. Ook de Japanners stonden in de belangstelling, Mikio Oda won de eerste titel voor Japan in het hink-stap-springen en Yoshiyuki Tsuruta zorgde in de 200 meter schoolslag voor de tweede gou- den medaille. De Olympische Spelen waren nu mondiaal geworden, Argentinië was het toonaangeven- de land bij het boksen, Uruguay won de titel in het voetbal en India in het veldhockey.

Een van de opmerkelijkste prestaties op de Amsterdamse Spelen werd geleverd door een ruiter uit Tsjechoslowakijë, Frantisek Ventura won met zijn paard Elliot het spring tornooi en dit zonder één strafpunt en het zou nog tot de Olympische Spelen van 1976 duren eer deze prestatie nog zou worden overgedaan.

De oudste gouden medaillewinnaar van deze Olympische Spelen was Johann Anker, die evenals kroon- prins Olaf bemanningslid was op het Noorse 6 meter jacht. Anker was toen 57 jaren 44 dagen oud, wat een heel contrast was met de jongste winnaar de stuurman van de Zwitserse twee, Hans Bourquin die pas 14 jaar was. Bij de dames won de jongste, Elizabeth Robinson uit de Verenigde Staten, de 100 me- ter en de oudste winnares kwam uit Frankrijk, Virginie Hériot was 38 jaar en won bij het zeilen in de 8 meter klasse.


Copyright © 2004 NoorderMedia