

|
Olympische
Spelen 1952 in Helsinki
Door hun eenvoud en de
geestdrift van het Finse volk deden de Spelen van Helsinki die
van Londen snel vergeten. Fin- land had ook tal van grote
kampioenen voortgebracht, zoals Pavoo Nurmi, die de eer kreeg
om als laatste de Olympi- sche vlam te dragen. Finland had in
1940 al aangeboden om de Spelen in de plaats van Japan te
organiseren en met het oog daarop had men al een stadion
gebouwd met 50.000 plaatsen. Door het uitbreken van
de oorlog werden deze Olympische Spelen geschrapt maar de installaties waren gebleven. Duitsland en Japan mochten opnieuw deelnemen en
de Sovjetunie nam voor het eerst deel wat het aantal
deelnemende landen op 69 bracht. Opnieuw werd het record
aantal deelnemers verbeterd 4.925 atleten, onder wie 518
vrouwen, waren ingeschreven.
Niet de Finnen werden de grote vedetten van de Spelen maar wel
de Tsjecheslovaak Emiel Zatopek. Een volledig onbe- kende was
hij niet meer, sinds de Spelen vier jaar eerder wist iedereen
waartoe deze man in staat was. Wat hij in Hel- sinki presteerde
tartte ieders verbeelding. Zonder al te veel moeite won hij de
10.000 meter. De 5.000 meter kondigde zich veel moeilijker
aan. Zijn voornaamste tegen- standers, de Belg Gaston Reiff, de
Duitsers Herbert Schade, de Britten Chris Chataway en Gordon
Pirie en de Fransman Alain Mimoun zouden het hem zeer moeilijk
maken. Van bij de start hield Schade er een hels tempo op na
gevolgd door Chataway, beiden namen om beurten de leiding. Het
eerste slachtoffer van het helse tempo was Gaston Reiff die
moest afhaken op 1.200 meter van de finish. De andere favo-
rieten meldden zich voor de laatste ronde. Op driehonderd
meter van de meet versnelde Chataway en de kopgroep spatte
uiteen. Schade en Pirie moesten lossen, Mimoun bleef in het
spoor van de Brit en Zatopek kon met moeite aanklampen. In
de laatste bocht raakte Chataway de boord van de baan en viel,
Mimoun aarzelde net iets te lang om voluit door te gaan en
hiervan profiteerde Zatopek om de 5.000 meter te winnen. Drie
da- gen later behaalde hij zijn derde gouden medaille van deze
Spelen door de marathon te winnen. Deze derde medaille kreeg
hij enkele minuten nadat zijn vrouw Dana Zatopkova het
speerwerpen had gewon- nen.
De meest opvallende figuur was Zatopek en de meest verrassende
winnaar was de Luxemburger Josy Barthel op de 1.500 meter. Ook
de zege van Harrison Dillard op de 110 meter horden bleef niet
onopge- merkt, en in het basketbal- toernooi wonnen de Amerikanen
hun derde titel op rij. In de finale versloe- gen ze de
Sovjetunie met een onwaarschijnlijke score 36-25. In het
boksen kenden men een merkwaar- dig incident. De Zweed Ingemar
Johansson raakte danig in paniek van de zwaaiende vuisten van
de A- merikaan Edward Sanders en begon rond te hollen in de
ring. De jury diskwalificeerde hem voor "gebrek aan vechtlust".
Het turnen werd gedomineerd door de
Sovjetunie, onder aanvoering bij de dames van Maria Gorokhov-
skaja die het voor de Spelen van Helsinki recordaantal
medailles won 2 gouden en 5 zilveren en bij de heren Viktor
Chukarin met 4 maal goud en 2 maal zilver. De Finse veteraan
dr. Heikki Savolainen, die de eed had afgelegd tijdens de
openingscere- monie, won met zijn team de bronzen medaille en
dit 2 maanden voor zijn 45-ste verjaardag. Het was de 5-de
achtereenvolgende Olympiade waarop hij een medaille won! Het
was wel een goed jaar voor veteranen want Ilona Elek uit
Hongarijë, was 45 jaar en 41 dagen oud, voegde een zilveren
medaille toe aan de 2 gouden die ze tijdens eerdere Olympische
Spelen had gewonnen bij het schermen. Een ander groot
sportman verlengde zijn Olympische titel bij het snelvuur
pistoolschieten. Karoly Takacs, die voor de oorlog als
rechtshandig schutter Europees kampioen was geworden verloor
in 1938 zijn rechterhand bij een granaatexplosie. De Hongaar
leerde toen maar met links schieten en bereikte terug opnieuw
de top. |

 |
Olympische
Spelen 1956 in Melbourne
In 1956 was het de beurt aan Melbourne om
de XVI Olympische Spelen te organiseren. Na tien keer Europa
en twee keer Noord-Amerika was dit de eerste keer dat de
Spelen plaats vonden op een ander continent. Dit bracht wel
heel wat problemen mee, zo viel de zomer in Australië in onze
winterperiode, en zou men een gepast tijdstip moet zoeken om
de Spelen te organiseren. Het werd uiteindelijk tussen 22 no-
vember en 8 december. Voor de Europeanen en de Amerikanen kwam
het er nu op aan om de conditie zo lang mogelijk op peil te
houden. Een tweede moeilijk punt was de invoer van vreemde
paar- den. Paarden mogen alleen Australië binnen als ze
tenminste zes maanden in quarantaine hebben ge- zeten. Het was
onmogelijk het ruitertornooi hier te laten plaats vinden. Het
I.O.C. moest dan maar te- gen de letter van het Olympisch
handvest in gaan, en het ruitertornooi buiten Australië
houden. De keu- ze viel op Stockholm en had plaats van 6 tot
17 juni. De affaire van het Suez kanaal en de Hongaarse
opstand wierpen een donkere schaduw op deze Spelen. Het aantal
deelnemers lag ook gevoelig lager dan vier jaar eerder 3.342
tegen 4.925 in Helsinki.
Het Australische publiek toonde maar weinig
belangstelling voor de atletiek nummers. Toch werden er enkele
hoogstaande prestaties geleverd. Zo won de Sovjetatleet
Vladimir Kuts zowel de 5.000- als de 10.000 meter en dit in
afwezigheid van Zatopek.
Voor de overwinning op de 10.000 meter is
een verbeten strijd geleverd. Kuts die drie maand voor de
Spelen nog verslagen was door de Brit Gordon Pirie tijdens een
5.000 meter had zijn les wel geleerd. Hij trachtte zijn Britse
rivaal met onophoudelijke tempoversnellingen murw te krijgen,
want hij wist dat hij in de spurt geen schijn van kans had
tegen Pirie. Wel twintig keer kon de Brit de uitvallen van
Kuts be- antwoorden, maar in de loop van de negende kilometer
zat hij door zijn beste krachten heen. Hij begon over de piste
te zwijmelen en eindigde uiteindelijk pas achtste ver achter
Kuts. Vier dagen na de 10.000 meter stonden beiden weer
tegenover elkaar tijdens de finale van de 5.000 meter. Weer
was Pirie niet opgewassen tegen de tussensprints van Kuts,
nu eindigde hij wel tweede en een zilveren medaille was zijn
deel.
Zatopek was er in Melbourne ook nog bij,
maar liep deze keer enkel nog de marathon. Hij was wel niet
meer die sterke atleet van vier eerder. Zijn opvolger was
Alain Mimoun een kleine Algerijn die al sedert 1948 voor
Frankrijk aan de Spelen deelnam. Voor Mimoun was Zatopek
altijd al het zwarte beest ge- weest, nog geen enkele keer was
hij erin geslaagd Zatopek te verslaan tijdens belangrijke
competities. De marathon van Melbourne was zijn grote kans. Er
werd gelopen in een verzengende hitte. Even voor halfweg liep
Mimoun mee aan de leiding en toen hij na het nemen van het
keer- punt zag dat Zatopek in moeilijkheden verkeerde vatte hij
moed en overtrof zichzelf. Na ruim dertig kilometer kreeg hij
het bijzonder moeilijk maar de gedachte ooit eens Zatopek te
verslaan gaf hem genoeg kracht om door te gaan en uiteindelijk op 36- jarige leeftijd zijn eerste gouden
medaille te pakken.
Bij de zwemnummers was het Australische
publiek wel talrijk opgekomen. Hier kwamen de thuisatleten dan
ook het meest op de voorgrond. Bij de mannen wonnen ze vijf
van de zeven titels. De blonde Mur- ray Rose won zelfs twee
nummers, de 400 meter en de 1.500 meter en op de 4 x 200 meter
vrije slag zwom de Australische ploeg een nieuw wereld-
record.
Bij de vrouwen domineerden Lorraine Crapp en Dawn Fraser, de
eerste zou later de 100 meter in minder dan één minuut
zwemmen. Het kwam niet als een verrassing dat de halve
finale waterpolo tussen Hongarijë en de Sovjet-Unie een
emotionele aan- gelegenheid was. De Hongaren waren enorm
ontstemd door de inval van de Sovjet-Unie in hun land. De
ironie van het lot had bepaald dat de wedstrijd geleid zou
worden door een scheidsrechter uit het immer neutrale Zweden. De Hongaren zochten revanche en de wedstrijd had meer
iets weg van een kleine oorlog. Bij een 4-0 stand in het
voordeel van de Hongaren floot de scheidsrechter de wedstrijd
af omdat er onder water meer gevochten werd dan dat er
waterpolo gespeeld werd.
Bij het roeien werd John Kelly jr., zoon van Olympisch
kampioen van 1920 en broer van de overleden prinses Gracia van
Monaco, derde op de skiff. Goud ging hier naar de Rus
Vyacheslav Ivanov die de eerste van zijn drie opeenvolgende
Olympische titels in de wacht sleepte.
Op de schietbaan won de
Canadees Gerard Ouelette het klein kaliber geweerschieten
liggend met een maximum score van 600 punten, dit was een
nieuw wereldrecord. Het werd echter niet erkend omdat later
bleek dat de schietbaan 1,5 m. korter was dan de
voorgeschreven 50 m. Zijn gouden medaille kreeg hij natuurlijk
wel.
Door op 8 december, de laatste
dag van de Spelen, Joegoslavië in de voetbalfinale te
verslaan met 1-0 ging de Sovjet- Unie de geschiedenis in als
houder van een uniek record: nog nooit werd een gouden
medaille zo laat in een olympisch jaar uitgereikt.
Tijdens de
sluitingsplechtigheid kwamen de deelnemers voor het eerst niet
als landenteams het stadion in maar in één massale groep,
als symbool van de vriendschap van de Spelen. Het idee
hiervoor kwam van John Wing, een Australische jongen van
Chinese afkomst, die een brief had geschreven aan de
voorzitter van het organisatiecomité W.S. Kent-Hughes. |

|
Olympische
Spelen 1960 in Rome
Rome vierde de Olympiade met een nooit
eerder geziene pracht en praal. Dicht bij de zetel van het Ita-
liaans Olympisch Comité werd een marmeren stadion van
80.000 zitplaatsen gebouwd. De organisato- ren
trachten de geschiedkundige gebouwen en monumenten zo goed
mogelijk te gebruiken. Zo hadden de gymnastiekwedstrijden
plaats in de Thermen van Caracalla, het worstelen in de
Basilica di Masenzio en de marathon vertrok aan het Capitool
en eindigde onder de triomfboog van Konstantijn en liep
gedeeltelijk over de antieke Via Appia. Op het Sint-Pietersplein
gaf Paus Johannes de 23-ste pauselijke zegen aan de 5.348
deelnemers van deze Spelen.
Het Romeinse publiek had weinig
belangstelling voor de grote Olympische takken, maar de
prestaties van de eigen athleten daarentegen werden wel fel
toegejuicht. Opmerkelijke feit in de atletiek was dat de
Amerikanen beiden sprintnummers verloren, en dat was voor het
eerst in de geschiedenis. Op de 100 meter verschalkte Armin
Hary iedereen met zijn bliksem start. Van deze Duitsers was
bekend dat hij een enorm reactievermogen had. Hary was de
eerste man die de honderd meter in tien seconden rond had
gelopen, deze prestatie leverde hij tijdens een
atletiekmeeting in Zürich. Op de 200 meter zorgde de Italiaan Livio Berruti voor een nieuwe Amerikaanse nederlaag. In
tegenstelling tot Hary vertrok hij niet sneller dan zijn
tegenstanders, maar had hij een bijzonder gave
bochtentechniek.
De 1.500 meter vormde het hoogtepunt van
deze Spelen. De Australiër Herb Elliot won de gouden me-
daille in een nieuwe wereldrecordtijd van 3 minuten 35
seconden 6. Het was hoogst uitzonderlijk dat er in een meestal
tactische wedstrijd een nieuw wereldrecord werd gelopen
tijdens de Spelen. Elliot was wel een schitterend atleet, zo
nam hij in zijn korte carrière, die maar drie jaar heeft
geduurd, deel aan drieënveertig wedstrijden over 1.500 meter
en één mijl en hij won ze allemaal. Op de 800 meter werd de
grote favoriet de Belg Roger Moens verslagen door de onbekende
Nieuw-Zeelander Peter Snell.
Het verlies van de Amerikanen op de snellenummers werd bij de vrouwen goed gemaakt door de
ko- ningin
van deze Spelen, de onvergetelijke Wilma Rudolph. Ze was
elegant, had een mooi figuur en daar- om gaf men haar de bijnaam
van "zwarte gazelle".Op negenjarige leeftijd werd ze
ziek. Haar benen ge- raakten verlamd door gewrichtsreuma, en
zoals bij velen hielp sport haar bij de revalidatie. In Rome
was ze de beste op de 100 meter, de 200 meter en droeg ze veel
bij tot het succes van de Amerikaanse overwinning op de 4 x
100 meter. Door haar zeges in Rome kende de vrouwenathletiek
een enorme vooruitgang in de Verenigde Staten. Later werd ze
voor het leven getekend door een auto ongeval waarbij ze zwaar
gewond werd aan de wervelkolom.
De Spelen van Rome eindigden met de marathon. De Ethiopiër
Abebe Bikila hield de hele wedstrijd onder controle. Op de Via
Appia demarreerde hij van zijn laatste tegenstander, de
Marokkaan Rhadi, weg. Op- vallend was wel dat Bikila de
marathon blootsvoets liep. Hij was niet de eerste Afrikaanse
winnaar van de marathon. El Uoafi en Mimoun waren hem al
vooraf gegaan, maar hij was wel de eerste die de naam van een
Afrikaans land op de erelijst liet schrijven.
Tijdens het boksen laat een zwarte
Amerikaanse atleet zich opmerken zijn naam: Cassius Clay. Bij
de half-zwaargewichten heeft hij iedereen al uit de ring
geveegd en staat in de finale tegenover de Pool Zbigniew
Pietrzykowski. In de eerste twee ronden vind hij geen enkele
opening in de verdediging van de Pool, die een goede linker
heeft en een goed puncher is. Maar in de derde ronde geraakt
hij op dreef en laat de Pool alle hoeken van de ring zien.
Deze haalt nog met veel moeite het einde waar hij zijn bebloed
gezicht en zijn gebroken neus kan laten verzorgen. Later zou
Cassius Clay een van de allergrootste prof bokser worden.
Het grootste aantal medailles werd gewonnen
door de Rus Boris Shaklin, die bij het turnen 4 maal goud, 2
maal zilver en 1 maal brons in de wacht sleepte. In het
schermtoernooi won de 50 jaar en 178 dagen oude Hongaar
Aladar Geverich zijn 6-de gouden medaille op de sabel en dit
tijdens 5 Olympiades. Op de floret en de degen slaagde de
Italiaan Edoardo Mangiarotti erin zijn totaal aan gewonnen
medailles bij het schermen op 13 te brengen, 6 maal goud, 5
maal zilver en 2 maal brons. Na bij 3 eerdere gelegen- heden
steeds als tweede te zijn geëindigd won Joegoslavië
eindelijk het Olympisch voetbaltoernooi. Bij het hockey leed
India zijn eerste verlies sinds het land in 1928 voor het
eerst deelnam, de finale werd met 1-0 gewonnen door Pakistan.
Een tragisch incident had plaats bij het
wielrennen, toen tijdens de 100 kilometer ploegachtervolging
de Deen Knud Jensen in elkaar zakte en overleed. Aanvankelijk
werd aangenomen dat hij het slachtoffer was geworden van de
hitte die Rome teisterde, maar later werd bericht dat zijn
dood veroorzaakt was door een overdosis aan stimulerende middelen. |

 |
Olympische
Spelen 1964 in Tokio
Na Europa, Amerika en Oceanië was het nu
de beurt aan Azië om de Spelen te organiseren. Het was nu
enkel nog de beurt aan Afrika om de symbolische ringen te
vervolledigen. Afrika was heel sterk verte- genwoordigd op de
Spelen van Tokio. Er was veel gebeurd op dit zwarte continent,
verschillende volke- ren hadden hun onafhankelijkheid verworven.
Zeventien van die nieuwe landen hadden de uitnodiging van het
organisatie comité aanvaard. In totaal waren er tien landen
meer dan in Rome, namelijk 94. Dankzij de nauwgezetheid en de
doeltreffendheid van de Japanners viel er op de organisatie
niets aan te merken. Technisch was alles volmaakt maar de
Spelen straalden geen warmte uit, deze enorme grote stad, en
de aanhoudende regen kwam zeker ook de sfeer niet ten goede.
Met zijn vier gouden medailles was de
Amerikaan Don Schollander de grote vedette van het zwemmen.
Deze 18-jarige blonde knaap leek wel voor het zwemmen
geboren, met zijn soepele stijl en zijn krach- tige voetslag.
Op de 100 meter vrije slag moest Schollander wel tot het
uiterste, gaan om de grote fa- voriet voor dit nummer de Schot
Robert McGre- gor, met één handlengte te verslaan. Zijn tijd
53 secon- den 4. Schollander won gemakkelijker de 400 meter in 4
minuten 12 seconden 2. Met deze prestatie le- verde hij een
dubbelslag die enkel Johnny Weissmuller veertig jaar eerder
had gekund. Tenslotte maak- te hij ook deel uit van de
zegevierende Amerikaanse estafetteploeg op de 4 x 200 meter.
Bij de vrouwen zorgde Dawn Fraser voor een unieke prestatie
door voor de derde opeenvolgende keer het goud te be- halen op
de 100 meter vrije slag.
De atletiekwedstrijden hadden enorm te
lijden onder het slechte weer, maar toch haalden ze een hoog
niveau. De 100 meter werd beheerst de een kolos van een
atleet: Bob Hayes. Zijn kracht was enorm, zijn techniek was
rudimentair maar zijn enorme spierkracht deed hem bliksemsnel
over de piste snel- len. Tijdens de halve finales liet hij al
een zeer scherpe tijd noteren 9 seconden 9 (met licht windvoor-
deel). De finale won hij in 10 seconden rond. De
laatste wedstrijd die hij liep was de 4 x 100 meter want
enkele da- gen later tekende hij een contract bij een
Amerikaanse voetbalclub.
De winnaar van de 800 meter in Rome, Peter
Snell, bewees dat hij was uitgegroeid tot een zeer groot
kampioen. Hij slaagde er in Tokio in een unieke dubbel te
realiseren door zowel de 800- als de 1.500 meter te winnen.
Dit had niemand hem ooit voorgedaan. De Ethiopiër Abebe
Bikila deed zijn succes van Rome op de marathon nog eens
over, maar nu wel op schoenen. Op de 3.000 meter steeple
behaalde de Belg Gaston
Roelants het goud. Hij zou deze discipline nog
jaren domineren. Judo werd samen met het volleybal voor het
eerst tijdens de Spelen van Tokio op het programma geplaatst.
Iedereen was ervan overtuigd dat de Japanners het judo zouden
domineren. Maar de Nederlander Anton
Geesink versloeg in de open categorie de
Japanners, dit was voor de Japanners een zwarte dag.
De rijkste medaille oogst op de Spelen van
Tokio was voor de Russische turnster Larissa Latynina met 2
maal goud, 2 maal zilver en 2 maal brons. Haar teamgenoot
Boris Shakhlin bracht zijn totaal aan gou- den medailles sinds
1956 op 7, waarvan 6 op persoonlijke nummers: alweer een
record. Bij het gewicht- heffen won de Amerikaan Norbert
Schemansky brons. Na zijn eerdere gouden, zilveren en bronzen
me- daille gewonnen sinds 1948 bracht hij zijn totaal op 4
gewonnen medailles wat een record betekende in het
gewichtheffen. Na op 3 Spelen 3 maal achtereen zilver te hebben
gewonnen in het vedergewicht van het Grieks-Romeins worstelen
behaalde de Hongaar Imre Polyak in Tokio eindelijk zijn eerste
gouden medaille. Het Amerikaanse basketbalteam behaalde zijn
6de gouden medaille en dit onder aanvoering van Bill Bradley,
later een succesvolle beroepsspeler die het tot lid van de
Amerikaanse senaat zou brengen. |

|
Olympische
Spelen 1968 in Mexico
Toen het Olympisch Comité in 1963 de
Spelen van de XVIde Olympiade aan Mexico toewees was het zich
niet bewust van de deining die er zou ontstaan. Men had er
namelijk geen rekening mee gehouden dat Mexico op een hoogte
lag van 2.277 meter boven de zeespiegel. Al vlug begonnen
wetenschapslui zich met het probleem bezig te houden. Men was
het over eens dat alle sporten waarin de uithouding een grote rol speelde, fel te lijden zouden hebben van de grote
hoogte en het daaraan gekoppelde zuur- stof gebrek. Enkel de
sprinters en de verspringers zouden voordeel kunnen halen uit
de geringe lucht- weerstand.
Tien dagen voor het begin van de Spelen werd
Mexico in een diepe rouw gedompeld. Het leger had op een
brutale ma- nier een einde gemaakt aan een studentenopstand. Het
juiste aantal slachtoffers werd nooit bekend gemaakt, maar men
nam aan dat het er meer dan driehonderd waren. Slechts onder
be- scherming van pantserwagens en soldaten met het wapen in
aanslag kon de mooie Enriqueta Basilio als laatste vlamdrager
het stadion binnenlopen. Zij was meteen ook de eerste vrouw
die de eer te beurt viel van het aansteken van de Olympische
vlam.
Het feit van deze Spelen was de fenomenale
sprong van Bob Beamon in het verspringen. Donkere wol- ken
stapelden zich op. Onweer dreigt, de verspringcompetitie
is begonnen. De eerste drie deelnemers hebben last met hun
merktekens en laten een ongeldige sprong noteren. Dan is het
de beurt aan Bob Beamon. Zijn aanloop is snel, feilloos zet
hij af en voert een lange zweefvlucht uit waaraan maar geen
einde aan komt en landt na een wonderlijke lendenslag zeer ver
in de zandbak. Het publiek heeft dade- lijk door dat hier een
buitengewone prestatie is geleverd. De officials kunnen
hun ogen niet geloven en meten de sprong nog een tweede keer.
Eindelijk komen de cijfers op het elektronische scorebord:
8.90 meter. De Amerikaan begrijpt het niet goed en men moet
hem uitleggen dat hij verder dan 29 voet heeft gesprongen en
als dat tot hem doordringt begint hij wild in het rond te
dansen en de grond te kussen. In feite is de wedstrijd nu
reeds afgelopen, want wie gaat die sprong nog verbeteren ?
Beamon waagt nog één poging en sprong 8.04 meter
maar staakt dan de wedstrijd want het was ondertussen ook nog
beginnen regenen.
Het effect van de grote hoogte was heel duidelijk in de
nummers waar de snelheid een belangrijke rol speelde. Alle
wereldrecords sneuvelden in deze disciplines, en dit in schril
contrast met de halve-fond- wedstrijden. Hier werden de grote
Europese specialisten gewoon weggeblazen door de Afrikaanse
ath- leten die gewoon waren om op grote hoogte te lopen.
Benevens de overwinningen van de Kenianen Keino (1.500 meter),
Temu (10.000 meter) en Biwott (3.000 meter steeple), de Tunesiër
Gammoudi (5.000 meter) en de Ethiopiër Wolde (marathon),
wonnen de Afrikanen elf van de achttien medailles die vanaf de
800 meter te winnen waren.
Deze Spelen werden beheerst
door de kleurlingen en het heeft ze ook niet belet te
protesteren tegen de rassenproblemen. Zo staken, tijdens de
overwinningsceremonie van de 200 meter de winnaar Tommie Smith
en de derde John Car los, een gehandschoonde vuist in de lucht
en bogen ze hoofd tijdens het Amerikaanse volkslied om de
aandacht te vestigen op het lot van hun rasgenoten in de
Verenigde Staten.
De Amerikaanse hoogspringer
Dick Fosbury verbaasde de hele sportwereld met zijn
revolutionaire stijl. Terwijl alle andere hoogspringers in
"buikrol" over de lat gingen, sprong hij rugwaarts
over de lat en niet zonder succes want hij won goud. Zijn
manier van springen maakte al gauw naam als de Fosbury flop,
momenteel wordt deze stijl door elke atleet toegepast. De
Amerikaanse Janice Romary vestigde een record bij het
schermtoernooi, hoewel ze in een vroeg stadium werd
uitgeschakeld was Mexico haar 6-de opeenvolgende Olympiade.
Geen enkele vrouw in enig andere sport heeft dit ooit geëvenaard.
Bij het zeilen, dat plaats vond
bij de badplaats Acapulco, bracht de 5,5 meter klasse de
unieke uitslag van drievoudig goud voor 3 broers, de Zweden
Ulf, Peter en Joergen Sundelin, stuurden hun boot de
Wasa IV met gemak naar de overwinning. In het hockeytoernooi
slaagde India er voor de eerste maal, sinds 1928, niet in de
finale te bereiken. Bij het voetbal won Hongarijë voor de
derde maal goud, terwijl Japan volkomen onverwacht het brons
behaalde. Het was het eerste niet-Europese land in 40 jaar dat
een medaille behaalde. |
|