SportNieuws |Olympische Spelen 1896 - 1908|Olympische Spelen 1912 - 1928|Olympische Spelen 1932 - 1948|
|Olympische Spelen 1972 - 1988|Olympische Spelen 1992 - 2008|Olympische Spelen 2012 - 2028





Olympische Spelen 1952 in Helsinki

Door hun eenvoud  en de geestdrift van het Finse volk deden de Spelen van Helsinki die van Londen snel vergeten. Fin- land had ook tal van grote kampioenen voortgebracht, zoals Pavoo Nurmi, die de eer kreeg om als laatste de Olympi- sche vlam te dragen. Finland had in 1940 al aangeboden om de Spelen in de plaats van Japan te organiseren en met het oog daarop had men al een stadion gebouwd met 50.000 plaatsen. Door het uitbreken van de oorlog werden deze Olympische Spelen geschrapt maar de installaties waren gebleven. Duitsland en Japan mochten opnieuw deelnemen en de Sovjetunie nam voor het eerst deel wat het aantal deelnemende landen op 69 bracht. Opnieuw werd het record aantal deelnemers verbeterd 4.925 atleten, onder wie 518 vrouwen, waren ingeschreven.

Niet de Finnen werden de grote vedetten van de Spelen maar wel de Tsjecheslovaak Emiel Zatopek. Een volledig onbe- kende was hij niet meer, sinds de Spelen vier jaar eerder wist iedereen waartoe deze man in staat was. Wat hij in Hel- sinki presteerde tartte ieders verbeelding. Zonder al te veel moeite won hij de 10.000 meter. De 5.000 meter kondigde zich veel moeilijker aan. Zijn voornaamste tegen- standers, de Belg Gaston Reiff, de Duitsers Herbert Schade, de Britten Chris Chataway en Gordon Pirie en de Fransman Alain Mimoun zouden het hem zeer moeilijk maken. Van bij de start hield Schade er een hels tempo op na gevolgd door Chataway, beiden namen om beurten de leiding. Het eerste slachtoffer van het helse tempo was Gaston Reiff die moest afhaken op 1.200 meter van de finish. De andere favo- rieten meldden zich voor de laatste ronde. Op driehonderd meter van de meet versnelde Chataway en de kopgroep spatte uiteen. Schade en Pirie moesten lossen, Mimoun bleef in het spoor van de Brit en Zatopek kon met moeite aanklampen. In de laatste bocht raakte Chataway de boord van de baan en viel, Mimoun aarzelde net iets te lang om voluit door te gaan en hiervan profiteerde Zatopek om de 5.000 meter te winnen. Drie da- gen later behaalde hij zijn derde gouden medaille van deze Spelen door de marathon te winnen. Deze derde medaille kreeg hij enkele minuten nadat zijn vrouw Dana Zatopkova het speerwerpen had gewon- nen.

De meest opvallende figuur was Zatopek en de meest verrassende winnaar was de Luxemburger Josy Barthel op de 1.500 meter. Ook de zege van Harrison Dillard op de 110 meter horden bleef niet onopge- merkt, en in het basketbal- toernooi wonnen de Amerikanen hun derde titel op rij. In de finale versloe- gen ze de Sovjetunie met een onwaarschijnlijke score 36-25. In het boksen kenden men een merkwaar- dig incident. De Zweed Ingemar Johansson raakte danig in paniek van de zwaaiende vuisten van de A- merikaan Edward Sanders en begon rond te hollen in de ring. De jury diskwalificeerde hem voor "gebrek aan vechtlust".

Het turnen werd gedomineerd door de Sovjetunie, onder aanvoering bij de dames van Maria Gorokhov- skaja die het voor de Spelen van Helsinki recordaantal medailles won 2 gouden en 5 zilveren en bij de heren Viktor Chukarin met 4 maal goud en 2 maal zilver. De Finse veteraan dr. Heikki Savolainen, die de eed had afgelegd tijdens de openingscere- monie, won met zijn team de bronzen medaille en dit 2 maanden voor zijn 45-ste verjaardag. Het was de 5-de achtereenvolgende Olympiade waarop hij een medaille won! Het was wel een goed jaar voor veteranen want Ilona Elek uit Hongarijë, was 45 jaar en 41 dagen oud, voegde een zilveren medaille toe aan de 2 gouden die ze tijdens eerdere Olympische Spelen had gewonnen bij het schermen. Een ander groot sportman verlengde zijn Olympische titel bij het snelvuur pistoolschieten. Karoly Takacs, die voor de oorlog als rechtshandig schutter Europees kampioen was geworden verloor in 1938 zijn rechterhand bij een granaatexplosie. De Hongaar leerde toen maar met links schieten en bereikte terug opnieuw de top.




Olympische Spelen 1956 in Melbourne

In 1956 was het de beurt aan Melbourne om de XVI Olympische Spelen te organiseren. Na tien keer Europa en twee keer Noord-Amerika was dit de eerste keer dat de Spelen plaats vonden op een ander continent. Dit bracht wel heel wat problemen mee, zo viel de zomer in Australië in onze winterperiode, en zou men een gepast tijdstip moet zoeken om de Spelen te organiseren. Het werd uiteindelijk tussen 22 no- vember en 8 december. Voor de Europeanen en de Amerikanen kwam het er nu op aan om de conditie zo lang mogelijk op peil te houden. Een tweede moeilijk punt was de invoer van vreemde paar- den. Paarden mogen alleen Australië binnen als ze tenminste zes maanden in quarantaine hebben ge- zeten. Het was onmogelijk het ruitertornooi hier te laten plaats vinden. Het I.O.C. moest dan maar te- gen de letter van het Olympisch handvest in gaan, en het ruitertornooi buiten Australië houden. De keu- ze viel op Stockholm en had plaats van 6 tot 17 juni. De affaire van het Suez kanaal en de Hongaarse opstand wierpen een donkere schaduw op deze Spelen. Het aantal deelnemers lag ook gevoelig lager dan vier jaar eerder 3.342 tegen 4.925 in Helsinki.

Het Australische publiek toonde maar weinig belangstelling voor de atletiek nummers. Toch werden er enkele hoogstaande prestaties geleverd. Zo won de Sovjetatleet Vladimir Kuts zowel de 5.000- als de 10.000 meter en dit in afwezigheid van Zatopek.

Voor de overwinning op de 10.000 meter is een verbeten strijd geleverd. Kuts die drie maand voor de Spelen nog verslagen was door de Brit Gordon Pirie tijdens een 5.000 meter had zijn les wel geleerd. Hij trachtte zijn Britse rivaal met onophoudelijke tempoversnellingen murw te krijgen, want hij wist dat hij in de spurt geen schijn van kans had tegen Pirie. Wel twintig keer kon de Brit de uitvallen van Kuts be- antwoorden, maar in de loop van de negende kilometer zat hij door zijn beste krachten heen. Hij begon over de piste te zwijmelen en eindigde uiteindelijk pas achtste ver achter Kuts. Vier dagen na de 10.000 meter stonden beiden weer tegenover elkaar tijdens de finale van de 5.000 meter. Weer was Pirie niet opgewassen tegen de tussensprints van Kuts, nu eindigde hij wel tweede en een zilveren medaille was zijn deel.

Zatopek was er in Melbourne ook nog bij, maar liep deze keer enkel nog de marathon. Hij was wel niet meer die sterke atleet van vier eerder. Zijn opvolger was Alain Mimoun een kleine Algerijn die al sedert 1948 voor Frankrijk aan de Spelen deelnam. Voor Mimoun was Zatopek altijd al het zwarte beest ge- weest, nog geen enkele keer was hij erin geslaagd Zatopek te verslaan tijdens belangrijke competities. De marathon van Melbourne was zijn grote kans. Er werd gelopen in een verzengende hitte. Even voor halfweg liep Mimoun mee aan de leiding en toen hij na het nemen van het keer- punt zag dat Zatopek in moeilijkheden verkeerde vatte hij moed en overtrof zichzelf. Na ruim dertig kilometer kreeg hij het bijzonder moeilijk maar de gedachte ooit eens Zatopek te verslaan gaf hem genoeg kracht om door te gaan  en uiteindelijk op 36- jarige leeftijd zijn eerste gouden medaille te pakken.

Bij de zwemnummers was het Australische publiek wel talrijk opgekomen. Hier kwamen de thuisatleten dan ook het meest op de voorgrond. Bij de mannen wonnen ze vijf van de zeven titels. De blonde Mur- ray Rose won zelfs twee nummers, de 400 meter en de 1.500 meter en op de 4 x 200 meter vrije slag zwom de Australische ploeg een nieuw wereld- record. Bij de vrouwen domineerden Lorraine Crapp en Dawn Fraser, de eerste zou later de 100 meter in minder dan één minuut zwemmen. Het kwam niet als een verrassing dat de halve finale waterpolo tussen Hongarijë en de Sovjet-Unie een emotionele aan- gelegenheid was. De Hongaren waren enorm ontstemd door de inval van de Sovjet-Unie in hun land. De ironie van het lot had bepaald dat de wedstrijd geleid zou worden door een scheidsrechter uit het immer neutrale Zweden. De Hongaren zochten revanche en de wedstrijd had meer iets weg van een kleine oorlog. Bij een 4-0 stand in het voordeel van de Hongaren floot de scheidsrechter de wedstrijd af omdat er onder water meer gevochten werd dan dat er waterpolo gespeeld werd.

Bij het roeien werd John Kelly jr., zoon van Olympisch kampioen van 1920 en broer van de overleden prinses Gracia van Monaco, derde op de skiff. Goud ging hier naar de Rus Vyacheslav Ivanov die de eerste van zijn drie opeenvolgende Olympische titels in de wacht sleepte.

Op de schietbaan won de Canadees Gerard Ouelette het klein kaliber geweerschieten liggend met een maximum score van 600 punten, dit was een nieuw wereldrecord. Het werd echter niet erkend omdat later bleek dat de schietbaan 1,5 m. korter was dan de voorgeschreven 50 m. Zijn gouden medaille kreeg hij natuurlijk wel.

Door op 8 december, de laatste dag van de Spelen, Joegoslavië in de voetbalfinale te verslaan met 1-0 ging de Sovjet- Unie de geschiedenis in als houder van een uniek record: nog nooit werd een gouden medaille zo laat in een olympisch jaar uitgereikt.

Tijdens de sluitingsplechtigheid kwamen de deelnemers voor het eerst niet als landenteams het stadion in maar in één massale groep, als symbool van de vriendschap van de Spelen. Het idee hiervoor kwam van John Wing, een Australische jongen van Chinese afkomst, die een brief had geschreven aan de voorzitter van het organisatiecomité W.S. Kent-Hughes.




Olympische Spelen 1960 in Rome

Rome vierde de Olympiade met een nooit eerder geziene pracht en praal. Dicht bij de zetel van het Ita- liaans Olympisch Comité werd een marmeren stadion van 80.000 zitplaatsen gebouwd. De organisato- ren trachten de geschiedkundige gebouwen en monumenten zo goed mogelijk te gebruiken. Zo hadden de gymnastiekwedstrijden plaats in de Thermen van Caracalla, het worstelen in de Basilica di Masenzio en de marathon vertrok aan het Capitool en eindigde onder de triomfboog van Konstantijn en liep gedeeltelijk over de antieke Via Appia. Op het Sint-Pietersplein gaf Paus Johannes de 23-ste pauselijke zegen aan de 5.348 deelnemers van deze Spelen.

Het Romeinse publiek had weinig belangstelling voor de grote Olympische takken, maar de prestaties van de eigen athleten daarentegen werden wel fel toegejuicht. Opmerkelijke feit in de atletiek  was dat de Amerikanen beiden sprintnummers verloren, en dat was voor het eerst in de geschiedenis. Op de 100 meter verschalkte Armin Hary iedereen met zijn bliksem start. Van deze Duitsers was bekend dat hij een enorm reactievermogen had. Hary was de eerste man die de honderd meter in tien seconden rond had gelopen, deze prestatie leverde hij tijdens een atletiekmeeting in Zürich. Op de 200 meter zorgde de Italiaan Livio Berruti voor een nieuwe Amerikaanse nederlaag. In tegenstelling tot Hary vertrok hij niet sneller dan zijn tegenstanders, maar had hij een bijzonder gave bochtentechniek.

De 1.500 meter vormde het hoogtepunt van deze Spelen. De Australiër Herb Elliot won de gouden me- daille in een nieuwe wereldrecordtijd van 3 minuten 35 seconden 6. Het was hoogst uitzonderlijk dat er in een meestal tactische wedstrijd een nieuw wereldrecord werd gelopen tijdens de Spelen. Elliot was wel een schitterend atleet, zo nam hij in zijn korte carrière, die maar drie jaar heeft geduurd, deel aan drieënveertig wedstrijden over 1.500 meter en één mijl en hij won ze allemaal. Op de 800 meter werd de grote favoriet de Belg Roger Moens verslagen door de onbekende Nieuw-Zeelander Peter Snell.

Het verlies van de Amerikanen op de snellenummers werd bij de vrouwen goed gemaakt door de ko- ningin van deze Spelen, de onvergetelijke Wilma Rudolph. Ze was elegant, had een mooi figuur en daar- om gaf men haar de bijnaam van "zwarte gazelle".Op negenjarige leeftijd werd ze ziek. Haar benen ge- raakten verlamd door gewrichtsreuma, en zoals bij velen hielp sport haar bij de revalidatie. In Rome was ze de beste op de 100 meter, de 200 meter en droeg ze veel bij tot het succes van de Amerikaanse overwinning op de 4 x 100 meter. Door haar zeges in Rome kende de vrouwenathletiek een enorme vooruitgang in de Verenigde Staten. Later werd ze voor het leven getekend door een auto ongeval waarbij ze zwaar gewond werd aan de wervelkolom.

De Spelen van Rome eindigden met de marathon. De Ethiopiër Abebe Bikila hield de hele wedstrijd onder controle. Op de Via Appia demarreerde hij van zijn laatste tegenstander, de Marokkaan Rhadi, weg. Op- vallend was wel dat Bikila de marathon blootsvoets liep. Hij was niet de eerste Afrikaanse winnaar van de marathon. El Uoafi en Mimoun waren hem al vooraf gegaan, maar hij was wel de eerste die de naam van een Afrikaans land op de erelijst liet schrijven.

Tijdens het boksen laat een zwarte Amerikaanse atleet zich opmerken zijn naam: Cassius Clay. Bij de half-zwaargewichten heeft hij iedereen al uit de ring geveegd en staat in de finale tegenover de Pool Zbigniew Pietrzykowski. In de eerste twee ronden vind hij geen enkele opening in de verdediging van de Pool, die een goede linker heeft en een goed puncher is. Maar in de derde ronde geraakt hij op dreef en laat de Pool alle hoeken van de ring zien. Deze haalt nog met veel moeite het einde waar hij zijn bebloed gezicht en zijn gebroken neus kan laten verzorgen. Later zou Cassius Clay een van de allergrootste prof bokser worden.

Het grootste aantal medailles werd gewonnen door de Rus Boris Shaklin, die bij het turnen 4 maal goud, 2 maal zilver en 1 maal brons in de wacht sleepte. In het schermtoernooi won de 50 jaar en 178 dagen oude Hongaar Aladar Geverich zijn 6-de gouden medaille op de sabel en dit tijdens 5 Olympiades. Op de floret en de degen slaagde de Italiaan Edoardo Mangiarotti erin zijn totaal aan gewonnen medailles bij het schermen op 13 te brengen, 6 maal goud, 5 maal zilver en 2 maal brons. Na bij 3 eerdere gelegen- heden steeds als tweede te zijn geëindigd won Joegoslavië eindelijk het Olympisch voetbaltoernooi. Bij het hockey leed India zijn eerste verlies sinds het land in 1928 voor het eerst deelnam, de finale werd met 1-0 gewonnen door Pakistan.

Een tragisch incident had plaats bij het wielrennen, toen tijdens de 100 kilometer ploegachtervolging de Deen Knud Jensen in elkaar zakte en overleed. Aanvankelijk werd aangenomen dat hij het slachtoffer was geworden van de hitte die Rome teisterde, maar later werd bericht dat zijn dood veroorzaakt was door een overdosis aan stimulerende middelen.




Olympische Spelen 1964 in Tokio

Na Europa, Amerika en Oceanië was het nu de beurt aan Azië om de Spelen te organiseren. Het was nu enkel nog de beurt aan Afrika om de symbolische ringen te vervolledigen. Afrika was heel sterk verte- genwoordigd op de Spelen van Tokio. Er was veel gebeurd op dit zwarte continent, verschillende volke- ren hadden hun onafhankelijkheid verworven. Zeventien van die nieuwe landen hadden de uitnodiging van het organisatie comité aanvaard. In totaal waren er tien landen meer dan in Rome, namelijk 94. Dankzij de nauwgezetheid en de doeltreffendheid van de Japanners viel er op de organisatie niets aan te merken. Technisch was alles volmaakt maar de Spelen straalden geen warmte uit, deze enorme grote stad, en de aanhoudende regen kwam zeker ook de sfeer niet ten goede.

Met zijn vier gouden medailles was de Amerikaan Don Schollander de grote vedette van het zwemmen. Deze 18-jarige blonde knaap leek wel voor het zwemmen geboren, met zijn soepele stijl en zijn krach- tige voetslag. Op de 100 meter vrije slag moest Schollander wel tot het uiterste, gaan om de grote fa- voriet voor dit nummer de Schot Robert McGre- gor, met één handlengte te verslaan. Zijn tijd 53 secon- den 4. Schollander won gemakkelijker de 400 meter in 4 minuten 12 seconden 2. Met deze prestatie le- verde hij een dubbelslag die enkel Johnny Weissmuller veertig jaar eerder had gekund. Tenslotte maak- te hij ook deel uit van de zegevierende Amerikaanse estafetteploeg op de 4 x 200 meter. Bij de vrouwen zorgde Dawn Fraser voor een unieke prestatie door voor de derde opeenvolgende keer het goud te be- halen op de 100 meter vrije slag.

De atletiekwedstrijden hadden enorm te lijden onder het slechte weer, maar toch haalden ze een hoog niveau. De 100 meter werd beheerst de een kolos van een atleet: Bob Hayes. Zijn kracht was enorm, zijn techniek was rudimentair maar zijn enorme spierkracht deed hem bliksemsnel over de piste snel- len. Tijdens de halve finales liet hij al een zeer scherpe tijd noteren 9 seconden 9 (met licht windvoor- deel). De finale won hij in 10 seconden rond. De laatste wedstrijd die hij liep was de 4 x 100 meter want enkele da- gen later tekende hij een contract bij een Amerikaanse voetbalclub.

De winnaar van de 800 meter in Rome, Peter Snell, bewees dat hij was uitgegroeid tot een zeer groot kampioen. Hij slaagde er in Tokio in een unieke dubbel te realiseren door zowel de 800- als de 1.500 meter te winnen. Dit had niemand hem ooit voorgedaan. De Ethiopiër Abebe Bikila deed zijn succes van Rome op de marathon nog eens over, maar nu wel op schoenen. Op de 3.000 meter steeple behaalde de Belg Gaston Roelants het goud. Hij zou deze discipline nog jaren domineren. Judo werd samen met het volleybal voor het eerst tijdens de Spelen van Tokio op het programma geplaatst. Iedereen was ervan overtuigd dat de Japanners het judo zouden domineren. Maar de Nederlander Anton Geesink versloeg in de open categorie de Japanners, dit was voor de Japanners een zwarte dag.

De rijkste medaille oogst op de Spelen van Tokio was voor de Russische turnster Larissa Latynina met 2 maal goud, 2 maal zilver en 2 maal brons. Haar teamgenoot Boris Shakhlin bracht zijn totaal aan gou- den medailles sinds 1956 op 7, waarvan 6 op persoonlijke nummers: alweer een record. Bij het gewicht- heffen won de Amerikaan Norbert Schemansky brons. Na zijn eerdere gouden, zilveren en bronzen me- daille gewonnen sinds 1948 bracht hij zijn totaal op 4 gewonnen medailles wat een record betekende in het gewichtheffen. Na op 3 Spelen 3 maal achtereen zilver te hebben gewonnen in het vedergewicht van het Grieks-Romeins worstelen behaalde de Hongaar Imre Polyak in Tokio eindelijk zijn eerste gouden medaille. Het Amerikaanse basketbalteam behaalde zijn 6de gouden medaille en dit onder aanvoering van Bill Bradley, later een succesvolle beroepsspeler die het tot lid van de Amerikaanse senaat zou brengen.




Olympische Spelen 1968 in Mexico

Toen het Olympisch Comité in 1963 de Spelen van de XVIde Olympiade aan Mexico toewees was het zich niet bewust van de deining die er zou ontstaan. Men had er namelijk geen rekening mee gehouden dat Mexico op een hoogte lag van 2.277 meter boven de zeespiegel. Al vlug begonnen wetenschapslui zich met het probleem bezig te houden. Men was het over eens dat alle sporten waarin de uithouding een grote rol speelde, fel te lijden zouden hebben van de grote hoogte en het daaraan gekoppelde zuur- stof gebrek. Enkel de sprinters en de verspringers zouden voordeel kunnen halen uit de geringe lucht- weerstand.

Tien dagen voor het begin van de Spelen werd Mexico in een diepe rouw gedompeld. Het leger had op een brutale ma- nier een einde gemaakt aan een studentenopstand. Het juiste aantal slachtoffers werd nooit bekend gemaakt, maar men nam aan dat het er meer dan driehonderd waren. Slechts onder be- scherming van pantserwagens en soldaten met het wapen in aanslag kon de mooie Enriqueta Basilio als laatste vlamdrager het stadion binnenlopen. Zij was meteen ook de eerste vrouw die de eer te beurt viel van het aansteken van de Olympische vlam.

Het feit van deze Spelen was de fenomenale sprong van Bob Beamon in het verspringen. Donkere wol- ken stapelden zich  op. Onweer dreigt, de verspringcompetitie is begonnen. De eerste drie deelnemers hebben last met hun merktekens en laten een ongeldige sprong noteren. Dan is het de beurt aan Bob Beamon. Zijn aanloop is snel, feilloos zet hij af en voert een lange zweefvlucht uit waaraan maar geen einde aan komt en landt na een wonderlijke lendenslag zeer ver in de zandbak. Het publiek heeft dade- lijk door dat hier een buitengewone prestatie is geleverd. De officials  kunnen hun ogen niet geloven en meten de sprong nog een tweede keer. Eindelijk komen de cijfers op het elektronische scorebord: 8.90 meter. De Amerikaan begrijpt het niet goed en men moet hem uitleggen dat hij verder dan 29 voet heeft gesprongen en als dat tot hem doordringt begint hij wild in het rond te dansen en de grond te kussen. In feite is de wedstrijd nu reeds afgelopen, want wie gaat die sprong nog verbeteren ? Beamon waagt nog één poging en sprong 8.04 meter  maar staakt dan de wedstrijd want het was ondertussen ook nog beginnen regenen.

Het effect van de grote hoogte was heel duidelijk in de nummers waar de snelheid een belangrijke rol speelde. Alle wereldrecords sneuvelden in deze disciplines, en dit in schril contrast met de halve-fond- wedstrijden. Hier werden de grote Europese specialisten gewoon weggeblazen door de Afrikaanse ath- leten die gewoon waren om op grote hoogte te lopen. Benevens de overwinningen van de Kenianen Keino (1.500 meter), Temu (10.000 meter) en Biwott (3.000 meter steeple), de Tunesiër Gammoudi (5.000 meter) en de Ethiopiër Wolde (marathon), wonnen de Afrikanen elf van de achttien medailles die vanaf de 800 meter te winnen waren.

Deze Spelen werden beheerst door de kleurlingen en het heeft ze ook niet belet te protesteren tegen de rassenproblemen. Zo staken, tijdens de overwinningsceremonie van de 200 meter de winnaar Tommie Smith en de derde John Car los, een gehandschoonde vuist in de lucht en bogen ze hoofd tijdens het Amerikaanse volkslied om de aandacht te vestigen op het lot van hun rasgenoten in de Verenigde Staten.

De Amerikaanse hoogspringer Dick Fosbury verbaasde de hele sportwereld met zijn revolutionaire stijl. Terwijl alle andere hoogspringers in "buikrol" over de lat gingen, sprong hij rugwaarts over de lat en niet zonder succes want hij won goud. Zijn manier van springen maakte al gauw naam als de Fosbury flop, momenteel wordt deze stijl door elke atleet toegepast. De Amerikaanse Janice Romary vestigde een record bij het schermtoernooi, hoewel ze in een vroeg stadium werd uitgeschakeld was Mexico haar 6-de opeenvolgende Olympiade. Geen enkele vrouw in enig andere sport heeft dit ooit geëvenaard.

Bij het zeilen, dat plaats vond bij de badplaats Acapulco, bracht de 5,5 meter klasse de unieke uitslag van drievoudig goud voor 3 broers, de Zweden Ulf, Peter en Joergen Sundelin,  stuurden hun boot de Wasa IV met gemak naar de overwinning. In het hockeytoernooi slaagde India er voor de eerste maal, sinds 1928, niet in de finale te bereiken. Bij het voetbal won Hongarijë voor de derde maal goud, terwijl Japan volkomen onverwacht het brons behaalde. Het was het eerste niet-Europese land in 40 jaar dat een medaille behaalde.


Copyright © 2004 NoorderMedia