

Wereldkampioene
1962 in Praag

Wereldkampioene
in 1963 in Dortmund

Wereld- en Olympisch
kampioene in 1964
in Innsbruck

Publicatie van
7 oktober 2004
|
Sjoukje Dijkstra
Sjoukje Rosalinde Dijkstra - geboren op januari 1942 in het Friese
Akkrum - was de eerste Nederlandse kunstrijdster
die het tot grote internationale kampioenschappen bracht. Ze werd vijf keer Europees
kampioene
in 1960, 1961, 1962, 1963 en 1964 en drie keer wereldkampioene -
1962, 1963 en 1964. Aan de Olympische Winterspelen nam ze drie keer deel. Als 14-jarige werd ze twaalfde in 1956, vier jaar later veroverde ze zilver en als kroon op haar schitterende
carrière goud in 1964. Sportvrouw
van het jaar werd ze eveneens vijf keer; in 1959, de eerste
verkiezing en vervolgens in 1960, 1961, 1962, 1963 en 1964.
Als dochter van een Olympisch schaatser de Amstelveense huisarts Lou Dijkstra, kwam Sjoukje al heel jong met de ijssport in aanraking. Voor het kunstrijden bleek ze een uitgesproken talent te bezitten. Met de schoolboeken in haar koffer ging ze op 11-jarige leeftijd naar Londen om daar een aantal maanden te trainen onder de kundige, maar
afstandelijke coach Arnold Gerschwiler. Ze was ondergebracht in een kil, onplezierig kosthuis en de heimwee knaagde. Gerschwiler was bovendien een harde pedagoog. Lof kreeg
ze - trouwens later ook in haar succesvolle jaren - hoogstzelden van hem. 'Not bad', dat was wel zo
ongeveer het mooiste compliment dat hij gaf. Maar zo jong als ze was, toonde Sjoukje zich een doorzetter.
Geen moment versaagde ze bij de ijzeren discipline die Gerschwiler haar jarenlang oplegde. Haar
sprong- kracht was fenomenaal, haar elegantie en stijl bleven wat achter, hoezeer daar ook aan gedokterd werd. Ze had er ook niet zozeer de lichaamsbouw voor. Wat dat betreft werd ze afgetroefd door Joan
Haanappel, haar concurrente in de begintijd.
Vanaf 1960 was ze een klasse apart in de kunstrijwereld. Zowel bij de verplichte figuren als in de kür was ze iedereen ruimschoots de baas. Ze reeg de titels aaneen. Geen wedstrijd ging meer verloren. Ze bleef bij dit alles wie ze was: nuchter en eenvoudig. De allures van andere ijssterren waren haar vreemd.
Met op de eretribune de koninklijke familie werd Sjoukje in 1964 in Innsbruck Olympisch kampioene, haar schoonste uur. Aangezien ze alles gewonnen had wat er te winnen was, stapte ze over naar de ijsrevue. Tot 1973 bleef ze verbonden aan Holiday on Ice.
Uitspraken van Sjoukje Dijkstra
“Ik vind het hartstikke leuk dat ik dankzij mijn succes nog steeds wordt herkend en aangesproken op straat. Ik ervaar dit succes nu méér dan tijdens mijn actieve carrière. Destijds moest ik na iedere
gewon- nen strijd weer trainen voor een volgende wedstrijd, waardoor ik te weinig tijd had om echt van mijn winst te genieten.”
“Kunstschaatsen was lange tijd een hobby van me. Ik vond het geen enkel probleem om zes uur per dag te trainen en
zo goede resultaten te behalen in het kunstschaatsen. Doorzettings-vermogen zit namelijk echt in mijn karakter. Mijn vader, Luitzen Dijkstra, was vroeger ook een op en top sportman. Mijn moeder
daar- entegen was niet zo actief. Mijn vader en moeder hebben me nooit gepusht om kunstschaatser te worden. Ik heb dit altijd zelf gewild.”
Sjoukje over haar historische olympische winst in 1964: “Ik heb die avond voor de koninklijke familie
gere- den. Ik moest als laatste rijden van alle 28 deelnemende vrouwen. Mijn trainer zei vlak voor de
wedstrijd tegen me dat de koningin op de tribune zat. Dan hoef je daar tijdens het schaatsen niet meer op te letten, benadrukte hij. Een koningshuis geeft een land iets speciaals. Eigenlijk ben ik meer voor een
koning of ko- ningin dan voor een minister-president. Het koningshuis vertegenwoordigt ons land op een fantastische manier.”
“Er zijn in Nederland zoveel talenten op het gebied van kunstschaatsen. Hun talenten worden echter
hele- maal niet verder uitgebouwd. Dit komt doordat hun persoonlijke schaatstrainers bij hen worden
wegge- haald en hier ploegtrainers van buitenaf voor in de plaats komen. Dit haalt zowel de animo weg bij de
in- dividuele trainers als bij de kinderen. Het is voor kinderen belangrijk dat zij een goede, persoonlijke band hebben met hun trainer.”
“Ik heb altijd met veel plezier gesport, maar na al die jaren werd kunstschaatsen een job voor me in plaats van een hobby. Ik stopte ermee, omdat ik er een hekel aan kreeg om altijd maar op te treden en te trainen. Ik had bijna geen vrije dagen. Zowel op zaterdag als op zondag schaatste ik in drie
voorstellingen.”
“Er is een duidelijk verschil tussen het kunstrijden van nu en de jaren waarin ik zelf nog actief was als
kunstschaatser.
In mijn tijd was er nog het onderdeel verplichte figuren. Per dag trainden we zes uur, waarvan er drie
op- gingen aan het oefenen van deze figuren. Als we ons volledig hadden kunnen
concentreren op vrij rijden was ons niveau een stuk hoger geweest. Desondanks vind ik het verkeerd dat de verplichte basisfiguren helemaal uit de kunstschaatssport zijn
gehaald. Pianospelen kun je immers ook niet leren als je de basis-
kennis niet hebt.”
"Mijn enige grote wens voor de toekomst is dat ik gezond blijf en dat ik de carrières van mijn dochters kan blijven
volgen. Gezondheid is het allerbelangrijkste, dat valt in geen geld te vertalen. Daarom probeer ik een gezonde levensstijl erop na te houden en goed te eten.”
|